- 500 gram bloem.
- 20 gram verse gist.
- 2 1/2 deciliter lauwe melk.
- 3 theelepels zout.
- 25 gram suiker.
- 50 gram boter.
- 1 ei.
Verwarm de oven tijdig voor op 200 °C of op stand 4. Bestrijk een bakplaat met boter. Doe de gist in ongeveer 1 deciliter melk en roer dit door elkaar. Roer zout en suiker door de bloem. Doe 1/3 hiervan in een kom, roer de opgeloste gist erdoor en dek dit mengsel af met de overige bloem. Wacht tot de bloem gaat barsten.
Smelt in die tijd de boter, giet de overige 1 1/2 deciliter melk hierbij en laat dit mengsel weer lauw worden. Meng boter en melk door de bloem met gist en kneed en sla het deeg 15 minuten krachtig tot het soepel en glanzend is. Laat het afgedekt met een vochtige doek op een warme, tochtvrije plaats ongeveer 1 uur rijzen tot de hoeveelheid verdubbeld is. Kneed het deeg na het rijzen weer goed door en verdeel het in 15 balletjes. Vorm er puntbroodjes van of plat de bolletjes iets af. Leg de broodjes op de bakplaat en laat ze afgedekt met een vochtige doek 10 minuten narijzen.
Bestrijk dan de bovenkant met losgeklopt ei, zet de bakplaat iets onder het midden in de hete oven en bak ze in 10 minuten gaar en bruin.