- 500 gram bloem.
- 10 gram gedroogde gist.
- 3 deciliter lauw water.
- 4 theelepels zout.
Verwarm de oven tijdig voor op 225 graden. Vet een broodvorm van ongeveer 2 liter in met slaolie of boter. Zorg dat alle ingredienten op kamertemperatuur zijn. Doe de gist in 1 deciliter water en roer dit door elkaar. Roer het zout door de bloem en doe 1/3 hiervan in een kom. Roer de opgeloste gist erdoor en dek dit af met de overige bloem.
Wacht tot de bloem door de werking van de gist gaat barsten en meng dan alles met de overige 2 deciliter water door elkaar. Kneed en sla het deeg 15 minuten krachtig met de hand of machinaal tot het soepel en glanzend is.
Laat het afgedekt met een vochtige doek op een warme tochtvrije plaats 1 uur rijzen tot de hoeveelheid verdubbeld is. Zet de kom bijv. bij de verwarming of in een bak met warm water. Kneed het deeg na het rijzen weer goed door en druk het uit tot een lap die dezelfde breedte heeft als de broodvorm. Rol de lap stevig op en leg ze met de naad naar beneden in de broodvorm. Laat het deeg toegedekt met een vochtige doek op een warme plaats ongeveer ½ uur rijzen tot de broodvorm gevuld is.
Zet de vorm op het rooster onder in de hete oven en bak het brood in ongeveer 25 minuten gaar en bruin. Bestrijk de bovenkant met wat water en laat het brood nog 1 minuut in de oven om een glimmende korst te krijgen. Keer het brood om op een taartrooster, klop even op de onderkant. Klinkt dit hol, dan is het brood gaar; zo niet, zet het brood dan nog even omgekeerd zonder vorm in de nog hete oven. Laat het brood goed uitdampen op het taartrooster.