- 350 gram zelfrijzend bakmeel.
- 25 gram suiker.
- 100 gram harde boter.
- 1 ei.
- 1 1/2 dl melk.
- 50 gram rozijnen.
- 1 theelepel zout.
Verwarm de oven tijdig voor op 200 graden. Beboter de bakplaat. Doe bloem, suiker, boter en zout in een kom. Snijd de boter met twee messen in zeer kleine stukjes door de bloem. Roer het ei los, houd 1 eetlepel apart, klop de rest schuimig en klop er de melk doorheen. Doe de rozijnen bij het meelmengsel en schep er met een lepel het eimengsel door. Kneed voorzichtig van het deeg een bal en laat deze ongeveer 30 minuten op een koele plaats rusten. Rol het deeg daarna op een met bloem bestrooi je werkblad met een met bloem bestrooide deegroller uit tot een 1 cm dikke deeglap. Steek er met een borrelglas kleine rondjes uit, leg deze op de bakplaat en bestrijk de bovenkant met achtergehouden ei. Zet de plaat onder in de hete oven en bak de scones in 15 minuten gaar en lichtbruin. Laat ze op een taartrooster afkoelen.